TW13 A2 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW13 A2 > Flashcards

Flashcards in TW13 A2 Deck (61):
1

De wetenschap van het verleden is de …

geschiedenis

2

Het adjectief dat je kan maken met "oorsprong" is …

oorspronkelijk

3

Wereldoorlog II is een … gebeurtenis.

historische

4

Columbus … Amerika.

ontdekte

5

de maatschappij = de ...

samenleving

6

Een koning … over zijn land.

heerst

7

Ridders en kastelen zijn typisch voor de …

middeleeuwen

8

Een ridder zit op een …

paard

9

Een grote kist vol goud en geld, is een ...

schat

10

Wat volgens een traditie gebeurt is …

traditioneel

11

Een grote verandering in de samenleving is een …

revolutie

12

Ik ben in België geboren. Dat is mijn …

vaderland

13

Vroeger hadden ze in Griekenland veel …, bijvoorbeeld Zeus en Aphrodite.

goden

14

praten met God = ...

bidden

15

God = de …

Heer

16

de hel >

hemel

17

God … de wereld in 7 dagen.

schiep

18

het bovenste deel van een kerk = de kerk…

toren

19

Hoor je de klokken … ?

luiden

20

Iemand die gelooft dat Jezus de zoon van God is, is een …

christen

21

alles wat te maken heeft met het geloof in Jezus = …

christelijk

22

de geest van God = de ...

Heilige Geest

23

iemand die gelooft in het katholicisme = een …

katholiek

24

iemand die gelooft in het protestantisme = een …

protestant

25

wat te maken heeft met de islam is …

islamitisch

26

de islamiet = de …

moslim

27

iemand die de dienst leidt in de potestantse kerk = een …

dominee

28

iemand die in de katholieke kerk de dienst leidt = een …

priester

29

de priester die aan het hoofd van de parochie staat = de …

pastoor

30

een zin met een nummer in een hoofdstuk van de Bijbel = een …

vers

31

toelaten >

verbieden

32

erg vreemd en bijzonder = …

wonderlijk

33

… is het feest van de lente. Toen stond Jezus op uit de dood.

Pasen

34

Kerstmis = …

kerst

35

de essentie, de kern = het …

wezen

36

Ik ben … . Ik denk na over het leven en de kern van alle dingen.

filosoof

37

Iets wat je denkt, is een … .

gedachte

38

dat weet ik helemaal niet = …

ik heb geen flauw idee

39

de mogelijkheid om te denken en te begrijpen = het …

verstand

40

Er zijn veel goede … tegen roken.

argumenten

41

Wat een natuurlijk gevolg heeft, is …

logisch

42

wat nuttig is, wat zin heeft = ...

zinvol

43

de reden of betekenis van iets = de … van iets

zin

44

Ik ben heel koppig en ik weet wat ik wil. Ik heb een sterke …

wil

45

De … tot deze ruzie was een misverstand.

aanleiding

46

beginnen te bestaan, zijn = …

ontstaan

47

de werkelijkheid = …

de realiteit

48

wat zijn de tijden van ERVAREN?

ervoer, ervaren

49

iets wat je zeker weet = de …

zekerheid

50

Ik heb al veel talen geleerd. Ik weet dus uit … dat het niet makkelijk is.

ervaring

51

Oeps ik heb naar het verkeerde telefoonnummer gebeld. Ik heb … …

me vergist

52

een manier die bedacht is om iets te doen = de …

methode

53

de regels die een theorie vormen = de …

leer

54

het leven >

de dood

55

de mening, opinie van iemand = …

de opvatting

56

Ik krijg een idee door te denken. Ik heb het dus …

bedacht

57

begrijpen = …

bevatten

58

iets wat je doet = …

de daad

59

een woord dat typisch is voor een beroep of een sector = …

de term

60

Ik ben er niet zeker van. Ik … een beetje.

twijfel

61

Dit is klaar en het verandert ook niet meer. Het is …

definitief