TW2 B1 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW2 B1 > Flashcards

Flashcards in TW2 B1 Deck (92):
1

Een deel van het lichaam = …

lichaamsdeel

2

Iemand zonder kleren is …

naakt

3

Het orgaan waarmee je denkt = …

de hersenen

4

Je … kan je in verschillende kleurtjes lakken.

nagels

5

Bloedvat = …

ader

6

Als je veel sport, train je je …

spieren

7

Als je in de zon ligt, moet je je … goed beschermen.

huid

8

Als je teveel hebt gegeten, heb je een volle …

maag

9

Te veel alcohol drinken is niet goed voor je …

lever

10

Het is heel belangrijk veel water te drinken voor je …

nieren

11

Mannelijk geslachtsdeel = …

penis

12

Vrouwelijk geslachtsdeel = …

vagina

13

Roken is niet goed voor de …

longen

14

Lucht door je neus of mond in en uit je lichaam laten gaan = …

ademen

15

Een erg onvriendelijk woord voor vrouw = …

wijf

16

Homoseksueel >

heteroseksueel

17

Wat zijn de tijden van VERLEIDEN?

verleidde, verleid

18

Mooi en aantrekkelijk = …

sexy

19

Een vrouw met een kind in haar buik = …

zwanger

20

Mijn vrouw neemt de …. Maar volgend jaar beginnen we aan kinderen.

pil

21

De actie die de zwangerschap stopt = …

de abortus

22

Wanneer een vrouw maandelijks bloed verliest, is ze …

ongesteld

23

Informatie over seksualiteit = …

seksuele voorlichting

24

Het moment waarop je tot leven komt = …

de geboorte

25

Een kind van ongeveer drie tot vijf jaar = …

de kleuter

26

Een baby slaapt niet in een bed, maar in een …

wieg

27

Een baby gaat niet naar het toilet, maar doet zijn behoefte in zijn …

luier

28

Wat zijn de tijden van OPGROEIEN?

groeide op, opgegroeid

29

Hij is heel streng … door zijn ouders. Hij mag bijna nooit iets.

opgevoed

30

Iemand tussen tien en twintig jaar oud = …

een tiener

31

Tiener >

bejaarde/volwassene

32

Een dood lichaam = …

een lijk

33

Kerkhof = …

begraafplaats

34

Wanneer iemand sterft, moet je naar een …

begrafenis

35

Wat zijn de tijden van RONDKIJKEN?

keek rond, rondgekeken

36

Om je ogen te beschermen van de zon, moet je een … dragen.

zonnebril

37

Als je beter wilt zien, maar geen bril wilt dragen, kan je ook … dragen.

contactlenzen

38

Voor de les biologie moeten we vogels …

observeren

39

Iemand/iets geniepig bekijken = …

gluren

40

Iemand die niet kan horen = …

doof

41

Dat wat je proeft als je eet of drinkt = …

de smaak

42

Iemand die actief is, is heel …

levendig

43

Wat zijn de tijden van TEGENHOUDEN?

hield tegen, tegengehouden

44

In de winter wordt er zout op de weg … als het sneeuwt.

gestrooid

45

Wat zijn de tijden van ZWERVEN?

zwierf, gezworven

46

Heel stil en voorzichtig lopen zodat niemand je hoort of ziet = …

sluipen

47

Iets in de prullenbak gooien omdat je het niet meer wilt hebben = …

weggooien

48

Naar een andere plaats rijden = …

wegrijden

49

Een atleet moet heel goed zijn … kunnen bewaren.

evenwicht

50

Wat zijn de tijden van STOTEN?

stootte, gestoten

51

De schop = …

de trap

52

Om verder te lezen, moet je de pagina …

omslaan

53

Achterover >

voorover

54

Uitgerust >

uitgeput

55

Gapen = ….

geeuwen

56

Statisch >

dynamisch

57

Beven = …

trillen

58

Heen en weer bewegen = …

wiebelen

59

Groeten met je handen = …

zwaaien

60

Een hond …

strelen

61

Iets tussen je vingers nemen en hard drukken = …

knijpen

62

Na het concert … het pupliek enthousiast.

klapte

63

Iedere keer als ik … doet mijn keel pijn. (niet hoesten)

slik

64

Wat zijn de tijden van ZUIGEN?

zoog, gezogen

65

Mama en papa hebben ruzie, omdat papa heel de nacht heeft … Mama heeft daardoor geen oog dicht gedaan.

gesnurkt

66

De soep is heet. Je moet een beetje ....

blazen

67

Wat zijn de tijden van FLUITEN?

floot, gefloten

68

Iemand die knap is, is mooi of ...

aantrekkelijk

69

Het voorkomen van iemand = …

het uiterlijk

70

De manier waarop je zit of staat = je …

houding

71

William is erg groot. Door zijn … valt hij meteen op

lengte

72

Ze weegt slechts 40 kilo. Dat is een erg laag …

gewicht

73

Als je gewicht verliest en dunner wordt, dan …. je….

val je af

74

Op je eten letten met behulp van een bepaald patroon = …

dieet

75

Iemand met haren >

iemand die kaal is

76

Het haar onder de man zijn neus = …

de snor

77

Alice in Wonderland heeft geen zwarte haren maar ...

blonde

78

Niet netjes, door elkaar = …

in de war

79

Smaakvol = …

stijlvol

80

Ze volgt steeds de … Iedere maand heeft ze wel een nieuw rokje of topje.

mode

81

Slordig >

keurig / netjes

82

Zich snel een beetje wassen = …

zich opfrissen

83

Je poetst je tanden met een … en …

tandenborstel en tandpasta

84

Een man scheert zijn baard met een … en…

scheermesje en scheerschuim

85

Je haar borstelen = je haar …

kammen

86

Wasbak = …

wastafel

87

De plaats waar kappers werken = …

kapsalon

88

De kapper heeft mij een heel nieuw … bezorgd.

kapsel

89

Een van de belangrijkste instrumenten voor de kapper = … (niet: schaar)

haardroger/ föhn

90

Vele vrouwen houden ervan om zich uren …. in de badkamer. Sommigen dragen jammer genoeg te veel …

op te maken en make- up

91

Deze dikke vloeistof berschermt je tegen de zon = …

zonnebrandcrème

92

Sommige vrouwen doen wat … op hun gezicht zodat het niet glimt

poeder