TW23 B1 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW23 B1 > Flashcards

Flashcards in TW23 B1 Deck (92):
1

De … van de woorden in een Nederlandse zin is heel belangrijk: eerst het subject en dan het verbum.

volgorde

2

Welk verbum kan je vormen met het substantief volgorde?

ordenen

3

De verkoopster … de truien op maat.

sorteert

4

Ik koop altijd koffie van hetzelfde … : Douwe Egberts.

merk

5

Welk substantief kan je vormen met het verbum indelen?

de indeling

6

Een duidelijke tabel = een … tabel.

overzichtelijke

7

Op google moet je soms je zoekopdracht … . Zo zal google zeker de juiste website vinden.

verfijnen

8

In het woordenboek staat de vertaling en een …

definitie

9

>

tegenovergestelde

10

belangrijk = …

essentieel

11

oorspronkelijk = …

origineel

12

het kenmerk = …

de eigenschap

13

Welk adjectief kan je vormen met het substantief 'karakter'?

karakteristiek

14

kunt u euro's … in dollars?

wisselen

15

David … Joke en Jessica altijd. Ze zijn allebei mooi en blond.

verwisselt

16

Ik wil op jouw plaats zitten. Zullen we … plaats … ?

van (plaats) verwisselen

17

De prijzen in die winkel … van 50 tot 150 euro.

variëren

18

Welk substantief kan je vormen met het werkwoord variëren?

de variatie

19

hoogstens = …

hooguit

20

het eigendom = …

het bezit

21

Het … ... drugs is verboden. Je mag het niet op zak hebben!

bezitten van

22

… ! Eindelijk! Ik heb mijn sleutels de hele dag gezocht!

Hebbes

23

… (van wie) tas is dit?

Wiens

24

Ken je het meisje … broer in mijn klas zit?

wier

25

Dat is mijn telefoon. Het is … … .

de mijne

26

Hoe strenger je bent, hoe minder (invloed) … het heeft !

effect

27

Fiona heeft zich laten … tot het drinken van een glaasje wijn.

verleiden

28

Er waren te weinig studenten. Daarom zijn de twee klassen … .

samengevoegd

29

gemeenschappelijk = …

collectief

30

samen, met elkaar = …

gezamelijk

31

onder elkaar, met elkaar, samen = …

onderling

32

m.b.v. =

met behulp van

33

t.o.v. = …

ten opzichte van

34

m.b.t. = …

met betrekkking tot

35

t.a.v. = …

ten aanzien van

36

De film … zich … in Spanje.

speelt (zich) af

37

Een fiets bestaat uit verschillende … : een lamp, een rem, een zadel,…

onderdelen

38

Een belangrijke eigenschap = een belangrijk …

aspect

39

een grote verandering = …

een metamorfose

40

te maken hebben met = … met

samenhangen

41

Katten en tijgers zijn … diersoorten

verwante

42

De … van zon, zee en strand is ideaal!

combinatie

43

Welk verbum kan je maken met het substantief combinatie?

combineren

44

Voor meer informatie … ik u door naar mijn collega.

verwijs

45

refereren aan = … naar

verwijzen (naar)

46

de tegenstelling = …

het contrast

47

helemaal nieuw = …

gloednieuw

48

heel erg klein = …

piepklein

49

goed - … - best

beter

50

weinig - minder - …

minst

51

uitstekend = …

prima

52

favoriet = …

lievelings

53

het veroorzaakt last, het is moeilijk = het is …

lastig

54

heel erg hard = …

keihard

55

Dit medicijn zal de pijn …

verlichten

56

Als je verwacht dat een film veel succes zal hebben, dan is de film …

veelbelovend

57

Madonna en Shakira zijn … zangeressen

beroemde

58

In de hele wereld beroemd = …

wereldberoemd

59

Deze stad is … om de hoge criminaliteit.

berucht

60

veilig, bekend, wat je gewoon bent = …

vertrouwd

61

Als je … werkt, dan ben je sneller klaar en verspil je geen tijd!

efficiënt

62

iemand die succes heeft, is …

succesvol

63

Welk adjectief kan je vormen met het substantief revolutie?

revolutionair

64

Een nuttig cadeau dat je goed kan gebruiken is een … cadeau.

bruikbaar

65

Om kasten en stoelen te repareren, moet je … zijn!

handig

66

handig >

onhandig

67

niet nodig = …

overbodig

68

betrekkelijk = …

relatief

69

wat je tevreden maakt = …

bevredigend

70

typisch = …

karakteristiek

71

heel normaal = …

doodnormaal

72

Dina heeft en bijzonder talent voor schilderen. = Dina heeft een … talent voor schilderen.

opmerkelijk

73

verschrikkelijk, vreselijk = ontzettend erg = …

afschuwelijk

74

Ik hou niet van thrillers, dat zijn … films.

enge

75

geheimzinnig = …

mysterieus

76

opvallend >

onopvallend

77

Iemand die vriendelijk is, maar die je niet mag vertrouwen = een … persoon.

glad

78

De jurk heeft … kleuren. De kleuren vallen niet op!

subtiele

79

De politie is een … onderzoek gestart.

grondig

80

De bananen mag je nog niet eten. Ze zijn nog niet …

rijp

81

Als je 18 jaar wordt, dan word je …

volwassen

82

flink = sterk = …

fors

83

enorm = heel veel = heel groot = geweldig = …

ontzaglijk

84

Een scheiding is een … gebeurtenis in je leven. (belangrijk, met veel effect)

ingrijpende

85

Het einde van de film was heel emotioneel en heel erg. = de film had een … einde.

dramatisch

86

wat veel geld waard is = …

kostbaar

87

Ieder mens is … . Niemand is hetzelfde!

uniek

88

ingewikkeld = …

complex

89

bepaald >

onbepaald

90

terecht >

onterecht

91

Hij is knap, sportief, lief, grappig, ...: hij is fantastisch!

kortom

92

zogenaamd = …

zogeheten