TW2 A2 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW2 A2 > Flashcards

Flashcards in TW2 A2 Deck (59):
1

In Nederland wonen er meer dan 16 miljoen …

mensen

2

Zonder kleren = …

bloot

3

De kapper knipt je …

haar

4

Als je jarig bent, krijg je drie zoenen op je …

wang

5

Kleine kinderen steken graag hun … uit.

tong

6

Een horloge draag je rond je …

pols

7

De kortste vinger = …

pink

8

Deze vinger steek je best niet op = …

middelvinger

9

Een vrouw die topless zont; ligt met haar … bloot.

borsten

10

Een hart … (verbum)

klopt

11

Vrouwelijk >

mannelijk

12

Kussen = …

zoenen

13

Groter worden = …

groeien

14

Sterven = …

doodgaan/overlijden

15

Wat zijn de tijden van OPKIJKEN?

keek op, opgekeken

16

Een lange tijd naar een bepaald punkt kijken zonder echt iets te zien = …

staren

17

Iemand die niets kan zien, is …

blind

18

Ann en Anja zijn een tweeling. Ze … erg op elkaar.

lijken

19

Attentie = …

aandacht

20

Wat zijn de tijden van KLINKEN?

klonk, geklonken

21

Het rumoer = …

het lawaai / de herrie

22

Praten >

zwijgen

23

Dat wat je ruikt = …

de geur

24

Lekker >

vies

25

Heel warm = …

heet

26

De agent steekt zijn hand op. Dat … betekent dat we moeten stoppen.

gebaar

27

Het gebruik van je kracht en energie = …

moeite

28

Opnieuw krijgen wat van jou was = …

terugkrijgen

29

Wat zijn de tijden van UITDELEN?

deelde uit, uitgedeeld

30

Toen we papa uit de trein zagen stappen, liepen we hem …

tegemoet

31

Langzaam, elke keer een beetje verder = …

stap voor stap

32

Een baby loopt niet, maar …

kruipt

33

Wat zijn de tijden van BIJHOUDEN?

hield bij, bijgehouden

34

Vooruit >

achteruit

35

Omhoog en omlaag = …

op en neer

36

Heel veel werk hebben, weinig tijd hebben = …

het druk hebben

37

Bezig zijn met = …

in de weer zijn met

38

Als je weinig tijd hebt, moet je je …

haasten

39

Iets op een plaats zetten

iets neerzetten of plaatsen

40

Wat zijn de tijden van TREKKEN?

trok, getrokken

41

Voor u van het flesje drinkt, moet u ermee …

schudden

42

Het is zo warm hier. Mag ik het raam even …?

opendoen

43

Omdraaien = …

omkeren

44

Jonas slaapt nog steeds. Ga jij hem even … ?

wakker maken / wekken

45

De klap = …

de slag

46

Voor de koning moet je …

buigen

47

Wat zijn de tijden van TONEN?

toonde, getoond

48

Verbergen = …

verstoppen

49

Aankleden >

uitkleden

50

Je hoofd enkele keren buigen om bijvoorbeeld 'ja' te zeggen = …

knikken

51

Lachen zonder je tanden te tonen = …

glimlachen

52

Er mooi uitzien = …

knap zijn

53

Wat zijn de tijden van WEGEN?

woog, gewogen

54

Niet dik = …

mager

55

Dat meisje heeft een aparte … : ze draagt alleen oranje kleding.

stijl

56

Je wast je lichaam met …

zeep

57

Je droogt je af met een …

handdoek

58

Je haren was je met …

shampoo

59

Wat je op je lichaam doet om goed te ruiken.

parfum