TW5 B1 2015 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW5 B1 2015 > Flashcards

Flashcards in TW5 B1 2015 Deck (211)
Loading flashcards...
1

het eten =

het voedsel

2

de dingen die je kunt eten =

de levensmiddelen

3

Er is nog wat eten over, zet jij het … in de koelkast?

restje

4

Een dikke saus van gekookte appels =

appelmoes

5

Ik maak een … van rauwe groenten.

salade

6

In Marokko eten ze een soort erg kleine pastabolletjes, dat heet …

couscous

7

Als je aardappelen fijnstampt met melk, krijg je een …

puree

8

Een zacht rond broodje =

het bolletje

9

Een hard broodje =

de pistolet

10

In Frankrijk eet ik graag een …

croissant

11

Geroosterd brood =

de toast

12

Als er in Nederland een kindje wordt geboren, dan eet je ... met muisjes.

beschuit

13

tarwe is een soort …

graan

14

het meel =

de bloem

15

het gebakje =

het taartje

16

Luik staat bekend om de …

wafels

17

Om beslag te maken voor … heb je bloem, melk, eieren en boter nodig.

pannenkoeken

18

De typische koekjes die Sinterklaas uitdeelt, dat is ...

speculaas

19

de ontbijtkoek =

de peperkoek

20

Een gerecht van melk en granen =

de pap

21

Ontbijt van granen, noten en fruit dat je vaak met melk of yoghurt eet =

de muesli

22

In … zit minder vet dan in boter.

margarine

23

Kleine stukjes chocolade om op je brood te doen =

de hagelslag

24

broodbeleg gemaakt van pinda's =

de pindakaas

25

broodbeleg gemaakt van chocolade =

de chocoladepasta

26

Hazelnoten, amandelen en pinda's zijn voorbeelden van …

noten

27

Wil je suiker op je pannenkoek, of …?

stroop

28

Iets wat je op je brood doet, noem je …

beleg

29

Voor 's middags bij de lunch krijg ik altijd een … chocolade mee.

reep

30

Zachte snoep die wordt gemaakt van amandelen en suiker =

de marsepein