TW6 A1 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW6 A1 > Flashcards

Flashcards in TW6 A1 Deck (39):
1

1. we gaan ons eigen huis …

bouwen

2

2. zwarte piet loopt op het …

dak

3

3. als het regent, moet je het … dichtdoen.

raam

4

4. het kantoor is op de vijfde …

verdieping

5

5. als je naar boven wil gaan, dan moet je de … nemen.

trap

6

6. als ik geen trap wil nemen, dan neem ik de …

lift

7

7. de ingang >

de uitgang

8

8. De plaats waar je woont, dat is je ...

woning

9

9. laag >

hoog

10

10. In een huis zet je de auto in de …

garage

11

11. De kinderen spelen in de … naast het huis.

tuin

12

12. het appartement = …

de flat

13

13. Vandaag ga ik niet naar school, ik blijf …

thuis

14

14. verkopen >

kopen

15

De huur = de ...

huurprijs

16

16. gesloten = …

dicht

17

17. als je een deur dicht doet, dan … je de deur.

sluit

18

18. sluiten >

openen

19

19. dicht = …

gesloten

20

20. in een huis kijk je televisie in de …

woonkamer

21

21. in een huis slaap je in de …

slaapkamer

22

22. in een huis kook je in de …

keuken

23

23. in een huis poets je je tanden in de …

badkamer

24

24. het toilet = …

de wc

25

25. boven >

beneden

26

26. je slaapt in een …

bed

27

27. je eet en drinkt aan …

tafel

28

28. rond de tafel staan 4 …

stoelen

29

29. de boeken staan in de …

kast

30

30. ik kan niet lezen. Het is te donker. Er is te weinig …

licht

31

31. als je licht wil, dan moet je de … aandoen.

lamp

32

32. een apparaat waarop je ziet hoe laat het is = …

klok

33

33. Assepoester kon heel goed …

schoonmaken

34

34. met water schoonmaken = …

wassen

35

35. de borden, de glazen schoonmaken met water = …

afwassen

36

36. niet schoon =…

vuil

37

37. … gooi je in de vuilnisbak.

afval

38

38. wat niet meer functioneert, is …

kapot

39

39. Als iets kapot is, dan moet je dat …

maken