TW4 A2 2015 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW4 A2 2015 > Flashcards

Flashcards in TW4 A2 2015 Deck (143):
1

Ik ga naar de dokter als ik … niet goed …

me, voel

2

Volgens mij = …

naar mijn gevoel

3

De leraar … …. …. dat de studenten geen zin hebben in de les.

heeft het gevoel

4

Gek zijn op = …

dol zijn op

5

Voor mijn verjaardag heb ik een auto gekregen van mijn ouders. Ik ben hen heel … .

dankbaar

6

Morgen ben ik jarig. Ik … … naar mijn verjaardagsfeest!

kijk uit naar

7

Na lang zeuren, heeft Julie haar … … .

zin gekregen

8

Ik heb zin in frietjes = ik … … … frietjes

heb trek in

9

Ik moet altijd … … jouw grapjes.

lachen om

10

Plezierig = …

plezant

11

Vermaken = …

amuseren

12

Een blij gevoel, plezier = …

de vreugde

13

Veel kleine kinderen zijn … in het donker.

bang

14

“Kan je naar het feest komen?” - Ik … … van …

ben bang van niet

15

Ik zag een spook en … heel hard!

schrok

16

… je … z…. Alles komt wel goed!

Maak je geen zorgen

17

Nerveus = …

zenuwachtig

18

Hij komt altijd te laat. Dat … me.

irriteert

19

Boos = …

kwaad

20

Niet fijn, niet aardig, onaangenaam = …

vervelend

21

Dit boek is heel saai. Ik … me

verveel

22

Morgen moet ik heel de dag studeren! Ik … ervan.

baal

23

Ik vind dat meisje helemaal niet leuk. Ik … haar.

haat

24

Verschrikkelijk = …

vreselijk

25

Onaangenaam, vervelend = …

naar

26

Kan je niet komen? Dat is …!

jammer

27

Ik had zoiets doms niet mogen zeggen. Ik heb … … …

er spijt van

28

Het was een grote … voor Tom dat ze niet gewonnen had.

teleurstelling

29

Ik ga morgen heel de dag voetballen dus ik … dat het morgen mooi weer wordt.

hoop

30

De dokter zegt dat er geen … meer is: oma is te ziek en zal niet meer lang leven.

hoop

31

Het … … niks … … waar we op vakantie gaan! Ik heb er toch geen zin in!

het kan me niks schelen

32

Wat is het probleem? = … … … ?

wat scheelt er?

33

Ik ben moe. Ik … gaan slapen.

wil

34

Mijn grootste … is parachutespringen.

wens

35

’s Nachts mag je niet alleen door de stad lopen: dat is … .

gevaarlijk

36

Mauro huilt. Hij heeft … .

verdriet

37

Verdrietig = …

triestig

38

Als je huilt, dan heb je … in je ogen.

tranen

39

Heb jij geen … van die harde muziek bij de buren? (geen hoofdpijn)

last

40

Als je je alleen voelt, dan ben je …

eenzaam

41

Toen je weg was, heb ik je heel hard …

gemist

42

Bloemen? Voor mij? Wat een … !!!

verrassing

43

Verwonderen = …

verbazen

44

Het is mijn … dat we te laat zijn. Sorry.

schuld

45

Ik ga vroeg slapen. Ik ben …

moe

46

Als mijn liefje met iemand anders danst, word ik …

jaloers

47

Iemand die heel triest en verdrietig is, is …

depressief

48

Sara huilt heel snel, ze is erg …

gevoelig

49

Het is een … om op deze universiteit te studeren.

eer

50

De waardering, het respect = …

het aanzien

51

Geloven dat iemand eerlijk is = …

vertrouwen

52

Erg vriendelijk vinden, waardering hebben voor = …

op prijs stellen

53

Ik kan me niet concentreren! Ik … heel de tijd … jou!

denken aan

54

Excuseer, mag ik even jullie … ? Ik wil iets vertellen!

aandacht

55

Waarom zeg je toch zoiets doms? Gebruik toch je … !

verstand

56

Het is belangrijk je lichaam én je … te ontwikkelen.

geest

57

Geestelijk = …

psychisch

58

Wat wil je bereiken, wat is je … ?

doel

59

Begrijpen = …

snappen

60

Ik kan morgen niet naar de les komen, mijn opa is overleden. Ik hoop dat u … heeft voor de situatie.

begrip

61

Begrijpen en accepteren = …

inzien

62

Maarten is heel verstandig. Hij heeft veel …. (niet verstand)

inzicht

63

Mathilde is al 15 jaar leerkracht. Ze heeft veel …

ervaring

64

Voor de … zei Henk dat hij Hendricus heette.

grap

65

De grap = …

mop

66

Ik weet niet wat doen. Ik … me.

verveel

67

Misschien, dat zou kunnen = …

wie weet

68

De dokter heeft Joris op de … … van het slechte nieuws.

op de hoogte gebracht

69

Vanbuiten = …

uit het hoofd

70

Intelligent = …

slim

71

Wijs = …

verstandig

72

Ik wil iets anders spelen, want hier … ik niets … .

vind ik niets aan

73

Denken, vinden = …

van mening zijn

74

In een democratie mag iedereen voor zijn … … .

mening uitkomen

75

Mijn moeder en ik denken vaak iets anders. We … erg van … .

verschillen van mening

76

Ik ben het helemaal met je eens = ik ben het … … … met je eens.

in elk opzicht

77

Positief >

negatief

78

Vroeger was het een … als mensen wilden scheiden. Nu is het helemaal niet zo erg meer!

schande

79

We hebben … niet op vakantie te gaan, omdat we niet genoeg geld hebben. (niet beslist)

besloten

80

Ik vind je auto super! = ik vind je auto … … .

te gek

81

Simpel = …

eenvoudig

82

Men zegt dat = het … dat

schijnt

83

Naar … … heeft Annelies een nieuwe vriend!

het schijnt

84

Uit onderzoek … dat steeds minder mensen roken.

blijkt

85

De zaak = …

de kwestie

86

Het antwoord op de vraag = de …

oplossing

87

Hij keek naar zijn horloge en … zich dat hij te laat ging zijn.

realiseerde

88

Ik weet het niet meer = ik kan het … niet meer … .

me herinneren

89

De fotograaf neemt een foto ter … … mijn verjaardagsfeest.

herinnering aan

90

Mark is 30 jaar en heeft nog steeds geen lief! Kan je je dat … ?

voorstellen

91

Aannemen = …

veronderstellen

92

Denken dat iets misschien zo is = …

vemoeden

93

Julie kwam … de … dat ze een kind wilde.

to de conclusie

94

Aantonen = …

bewijzen

95

Juist of goed zijn = … … zijn.

in orde

96

Wil je dat boek? … in … . Ik koop het voor je!

komt in orde

97

Zwemmen kan je alleen maar leren in … … .

de praktijk

98

Ik begrijp niet waarom je met Tom getrouwd bent. Wat een domme … !

keuze

99

Als je genoeg … hebt, dan durf je alles!

zelfvertrouwen

100

… bedankt voor het cadeau!

hartelijk

101

Niet fijn, niet aardig, onaangenaam = …

vervelend

102

Als je je goed gedraagt, dan ben je …

braaf

103

Als je … bent, dan krijg je straf.

stout

104

Bert is druk … … … met zijn vier kinderen. Zoveel werk!

druk in de weer

105

Je opwinden = …

je druk maken

106

Luid = …

hard

107

Ik heb … een brief geschreven, want ik had niet veel tijd. Maar daardoor staat nu ze vol fouten!

haastig

108

Eten met je mond open, dat is … !

onbeleefd

109

Ik heb … … een vaas op de grond laten vallen. Sorry!

per ongeluk

110

Ik ben … zoek … een goed boek om tijdens de vakantie te lezen.

op zoek naar

111

Het is verloren = het is …

kwijt

112

Het contact met iemand verliezen, bijvoorbeeld omdat je die persoon te weinig ziet = …

uit het oog verliezen

113

Het gedrag = …

de houding

114

Kunt u me een duidelijk … geven van de functie van een koning?

beeld

115

Optimistisch >

pessimistisch

116

Ik heb erg … ouders. Ik mag nooit uitgaan!

strenge

117

Beleefd >

brutaal

118

Wie denkt dat hij beter is dan de anderen, is …

arrogant

119

“Heb jij … voor talen?” - “Ja! Ik leer een taal heel vlotjes!”

aanleg

120

Een leugen >

de waarheid

121

Ik heb per ongeluk het foute boek gekocht! Dat was een ….

vergissing

122

Bert gedraagt zich … zijn vader.

zoals of als

123

Hij was zo zat waardoor hij niet meer … … was om te lopen.

in staat

124

Arme landen zijn … van andere landen.

afhankelijk

125

Joris bleef maar zeuren, tot zijn moeder uiteindelijk … .

toegaf

126

Proberen = …

trachten

127

Welk substantief kan je halen uit trachten en proberen?

poging

128

Iedereen … naar geluk.

streeft

129

De man … de juwelier met een mes.

bedreigde

130

Ontgoochelen = …

teleurstellen

131

Boos en zenuwachtig worden, zich ontzettend ergeren = …

zich opwinden

132

Accepteren = …

aanvaarden

133

Goedkeuren = …

goedvinden

134

Goedkeuren …

afkeuren

135

Joris vroeg wie hem kon helpen, maar hij kreeg geen ….

reactie

136

Toegeven dat je iets verkeerds gedaan hebt = …

bekennen

137

Deelnemen aan = … …

meedoen met/aan

138

Gert deed … … hij ziek was, want hij wilde niet naar school.

als of

139

Columbus heeft Amerika in 1492 … .

ontdekt

140

De kast is kapot. Morgen ga ik ze …

maken

141

Ik wil alles weten! Ik ben heel …

nieuwsgierig

142

Op … van onze lerares gaan we naar de cinema.

initiatief

143

“Weet je waar de bibliotheek is?” - Sorry, ik … het … … .

zou het niet weten